Zaden en strooivoer
Een zadenmengsel in een voederhuisje of silo is geliefd bij mezen, mussen en vinken. Merels en roodborsten zoeken hun voer liever laag.
Nouvel utilisateur? S'inscrire maintenant
Er is weinig zo gezellig als een tuin vol fluitende mezen, roodborsten en mussen. Vogels lokken in de tuin is gelukkig niet moeilijk: geef ze voedsel, water, beschutting en een veilige plek om te nestelen. In deze gids lees je per onderdeel wat je kunt doen, zodat jouw tuin de plek wordt waar vogels graag neerstrijken.
Voer is voor de meeste vogels de grootste reden om een tuin te bezoeken. Vooral in de winter en in koude of droge periodes is natuurlijk voedsel schaars en helpt bijvoeren echt. Door verschillende soorten voer aan te bieden, trek je ook verschillende vogels aan.
Een zadenmengsel in een voederhuisje of silo is geliefd bij mezen, mussen en vinken. Merels en roodborsten zoeken hun voer liever laag.
Vetbollen geven veel energie en zijn ideaal in de koude maanden. Kies vetbollen zonder netje, zodat vogels er niet met hun pootjes in verstrikt raken.
Mezen, boomklevers en spechten zijn gek op pinda’s. Bied ze aan in een speciaal pindavoeder, zodat de vogels er stukjes uit pikken.
Een halve appel of wat bessen trekt merels en lijsters. Leg niet te veel tegelijk neer, zodat het niet gaat rotten.
Bekijk ons hele aanbod vogelvoer. Wil je weten welk voederhuisje het beste bij jouw tuin past? Lees dan welk voederhuisje past bij jou.
Water wordt vaak vergeten, maar is net zo belangrijk als voer. Vogels drinken het en gebruiken het om hun veren schoon te houden. Vooral in droge zomers en bij vorst, als plassen en sloten bevroren zijn, is een vogelbad een uitkomst.
Vogels voelen zich pas echt thuis als ze kunnen schuilen. Een tuin met verschillende lagen, van bodembedekkers en lage struiken tot hagen en bomen, biedt beschutting tegen roofvogels en slecht weer. Bovendien leveren planten zelf voedsel in de vorm van bessen, zaden en insecten.
Vlier, meidoorn en lijsterbes zijn echte vogelmagneten. Ze bloeien in het voorjaar en dragen in de nazomer en herfst bessen.
Blad onder struiken en in borders is een schuilplek voor insecten en wormen. Merels en roodborsten scharrelen daar graag hun eten bij elkaar.
Veel jonge vogels eten insecten. Een insectenhotel en bloeiende planten zorgen voor meer kleine beestjes in je tuin.
Laat uitgebloeide zaadhoofden van bijvoorbeeld zonnebloemen staan. Puttertjes en mezen pikken er in de winter de zaden uit.
Wil je vogels niet alleen te gast hebben, maar ook zien broeden? Hang dan in het najaar of de winter een nestkast op. Kies de kast bij de soort: een pimpelmees wil een andere invliegopening dan een spreeuw. In onze gids welke nestkast voor welke vogel lees je per soort wat werkt.
Een vogelvriendelijke tuin is ook een veilige tuin. Katten zijn vaak de grootste bedreiging, vooral voor vogels die laag foerageren. Met een paar slimme keuzes maak je het ze een stuk lastiger.
Begin met voer en water. Een voederhuisje met zaden of een paar vetbollen en een vogelbad met schoon water trekken vaak binnen korte tijd de eerste bezoekers. Geef de vogels wel wat tijd om de plek te ontdekken.
Bijvoeren helpt vooral in de winter en in koude of droge periodes, als er weinig natuurlijk voedsel is. Ook in andere seizoenen kun je bijvoeren, maar zorg dan voor geschikt voer en een schone voederplek.
Inheemse struiken met bessen zijn favoriet, zoals vlier, meidoorn en lijsterbes. Ze bieden voedsel, beschutting en een plek om te nestelen.
Hang voederhuisjes en nestkasten hoog en vrij, buiten bereik van katten, met een open ruimte eromheen. Een beschermkooi rond een voederplek houdt ook grotere vogels op afstand.
Het liefst elke dag. Vers water is beter voor de gezondheid van de vogels en een schone schaal voorkomt dat ziektes zich verspreiden.
Met voer, water, beschutting en een nestkast heb je alles in huis om vogels naar je tuin te lokken. Bekijk de voederhuisjes of stel je vraag aan ons team.
Effectuez une recherche